Schopenhauer over reizen en de herinnering.
“De wereld als wil en voorstelling”, -De platoonse idée: het object van de kunst-, Blz 311-312

De prachtige stijl van een aards-pessimist, voor de liefhebber!

“Dit gezegende willoze aanschouwen <*de verrukking van door iets helemaal in beslag genomen te worden> ligt ten slotte ook ten grondslag aan het feit dat over het verleden en over verre oorden een zo prachtige luister ligt en deze zich, ten gevolge van onze eigen zelfbegoocheling, in een sprookjesachtig licht aan ons voordoen. Wanneer wij on slang vervlogen dagen, doorgebracht in verre oorden, voor de geest halen, worden alleen de objecten door onze fantasie opgeroepen, en niet het subject van het willen zelf, dat zijn ongeneeslijk lijden toen ook al met zich meedroeg; maar het oude leed is nu vergeten en sedertdien is er heel wat ander leed voor in de plaats gekomen. Nu werkt de objectieve aanschouwing in retroperspectief op dezelfde manier als de actuele zou werken, wanneer we bij machte zouden zijn om ons lost e maken van de wil en ons helemaal over te geven aan de aanschouwing. Vandaar dat, wanneer we meer dan anders over iets in de put zitten, de plotselinge herinnering aan taferelen uit het verleden en verre oorden als een verloren paradijs aan ons geestesoog voorbijtrekt. De fantasie roept allen het objectieve in het geheugen terug en niet het individueel-subjectieve, en we beelden ons in dat dat objectieve zich toendertijd net zo zuiver en door geen enkel verband met de wil bezoedeld, aan ons voordeed, zoals thans zijn beeld in onze fantasie: want ook toen al was het de relatie van de objecten tot onze wil die ons onze kwellingen bezorgde, net als nu. We kunnen ons zowel via aanwezige als afwezige objecten aan al ons lijden onttrekken, mits we ons tot een zuiver objectieve aanschouwing ervan weten te verheffen en zo de illusie kunnen creëren dat alleen die objecten aanwezig zijn en niet wijzelf. Dan worden wij, ontdaan van ons ellendige ego, als zuiver subject van het kennen volkomen een met dit object en op zulke momenten is onze kommer en kwel net zo vreemd aan ons als aan die objecten. Dan is de wereld als wil verdwenen en blijft alleen de voorstelling over.”