Paul's Digitale Reisverslag


Maandagmiddag 4 juli, 2005, Pijnacker

Beste mensen,

Een aantal weken terug werd ik, dagen geplaagd door een beklemmend leeg gevoel, wakker. Het waren dagen waarin je niet slaapt,  overgevoelig en geprikkeld, met een chronisch gevoel van leegte. Sartre's "Walging" komt goed in de buurt. Je leest wat, zet wat koffie, onderbroken door een bezoek aan de supermarkt. Puur observeren. Ik had het gevoel dat de dingen die ik deed niet echt hetgene ware waarvoor ik in de wieg was gelegd. Interview met ?, een aantaldagen terug op 747AM: "Ik studeerde geschiedenis, en blies de uitgevallen haren tussen de bladzijde van mn boek vandaan. 'Ik zit hier verdomme dood te gaan' ". Hoe herkenbaar. Maar dan, opeens... Starend naar het plafond ontvouwd er zich een wereld,  als een verlossende openbaring, een krankzinnig plan, iets wat iedere intuitieve werkelijkheidszin overstijgd, maar toch... het voelt zo goed...  Wat is mogelijk? Tijd? Kilometers? Visa? Ik was te ver gegaan, ik werd zo geraakt, zo gegrepen door de gedachte aan de voorgestelde reis dater geen ontkomen meer aan was. Afstel zou ongetwijfeld op ernstige wroeging uitlopen. Er was dus een roeping, een opdracht, een missie. Een zelfde huivering zoals wanneer je vroeger startrek keek, en wanneer captain ? uit zijn dagboek las: "Stardate seven two nine four" en daarna als afsluitend thema: "To boldly go where no one has gone before, unexplored ..?. " waarna het sciencefiction aandrijvingsgeluid in hoogte toenam, de sterren tot streepjes werden en het futuristisch uitziende ruimtescheepje in de onbekende verte verdween. Haha. Wat een onzin. Maar toch, toch is er een onstilbaar verlangen, een roep tot avontuur, een rusteloosheid, een drijfveer naar het onbekende. Reizen is geen vakantie. Reizen doe je niet voor de lol. Het is een noodzaak. Psychologisch survivallen. Geinspireerd door Nietzsche(Vrolijke wetenschap, Zaratrhrustrea, Voorbij goed en kwaad) en Jack Kerouac (On the road).

Vanacht regende het. Mn raam stond op een kier en de grijze lucht leek haast massief. Ik rook de vochtigheid. Probeerde me het intrieur van een auto voor te stellen naast een vreemde chauffeur. Als taxichauffeur heb ik een ontelbaar veel introducerende gesprekken gevoerd. Maar dit is anders. Oude vrouwtjes en zieke mensen nemen geen lifters mee. Ja, misschien de zaterdagavondpsycho's.. Ik herinner me de vakantie's met vrienden, wanneer we lifters zagen staan langs de kant van de weg. Het silhouet van een man, we dachten eerst dat het een beeld was, zo onbeweeglijk stond hij daar. Ook toen regende het. Hard. Doorweekt stond hij aan de andere kant van de weg, het kortonnen bordje vermolmd, druipend, donkere kleren. Hij was kapot, ging op zijn tas zitten met de arm uitgestoken. Of de Belgische meisjes die we een keer meegenomen hadden van Bordeux tot Bilbau, Noord Spanje. Zelfs de ervaringen van mn eerste jaren, toen ik me achter in de auto van mn ouders verbaasde over de vreemde en mysterieuze figuren langs de weg. Het waren een beetje vago's. Kerouac's Beatnics. Het eerste jaar dat ik mn rijbewijs had en zelf reed, sprak het tot de verbeelding, maar toch was de drang om te stoppen nooit groot genoeg. Totaal afwezig eigenlijk. Raampje open "Hee Gast!" zwaaiend "dahaaaaag, succes ermee, hahaha". Later zag ik de pracht ervan. Bij elkaar een hand vol mensen in de auto gehad. En nu.. De rollen zijn omgedraaid. Morgen ben ik die gast op die gympies, met zn bordje en gesleten spijkerbroek. Nog steeds regend het. Het ziet ernaar uit dat het morgen niet veel anders zal zijn. Start op A12. Arnhem. Dortmund. Istanbul heb ik mn bordje geschreven. Zwarte letters op geschuurd berkenmultiplex. Postbode elastiek en a4 papier. Geen tent. Zonnebrand. In Duitsland pepperspray kopen. Shoot to kill. Countdown to Iran. Go! Go! Go!


Vrijdag 8 juli 2005, Weimar, Duitsland

Het bovenstaande klinkt een beetje overdreven. Ik had het stukje nog een keer nagekeken op de grootste spelfouten maar dit heb ik laten staan. Dat reizen een soort van noodzaak zou zijn. Ik heb het laten staan, ik voelde het zeker zo. Nu stuit het me tegen de borst. Het klinkt zo pathetisch. Het zij zo.

Na de verspilde maandag trof ik ook dinsdag mn visum nog niet bij de post. Na weer 3 uur voor de Iraanse ambassade was het toch rond. Marcel zette me met de vw af bij de oprit van de A12. Wel eerst een flinke slok tequila uit de fles om het te beklinken natuurlijk. Nog geen 15 seconden stond ik tussen de smalle tussenruimte in de vangrail of de eerste auto stopt al. Arnhem stond er op mn bordje. 'Ik breng je tot Gouda, ok?' Ik stem in, stauw mn tas tussen de smalle tussenruimte van de naar voren geklapte passagiersstoel en neem triomfantelijk plaats. Nog een beetje onwennig vertel ik dat het mn eerste lift is, we praten over zijn vroegere liftreizen , mijn einddoel en de studie. In Gouda wordt ik vrij snel opgepikt door een bedrijfsadviseur in een alfa, importeert voor de hoby PDA accu's uit china en restaureert engelse klokken. Ik ben mn taxichauffeurvaardigheden weer snel meester. Het is prachtig om zo met mensen te spreken. Het is haast een spel, interesse tonen, zelfprofilering. Het gevoel alsof je voor iedere rit van persoonlijkheid kunt veranderen. Met nog 3 ritten (Linksidealistische vw sleutelaar, een oude man en een Koerdisch stelletje in een rode bmw 'mein frau ist an Heimat'(...)) kom ik tegen 2200 aan in Essen. De avond valt en ruim anderhalf uur loop ik met mn tas op mn schouders door de steriele stadskern. Doorbuitenwijken, sekskino's, louche figuren op straat, lonkende dames met korte rokken. Een dame in een kapsalon stuurt me de goede kant weer op. Ik trek het rewa hotel in, 3 sterren en zwaar boven mn budget maar ik kan niet anders. De receptioniste reageert enthousiast, ik toon mn bordje met de plaatsnamen erop en ze moet lachen.

Uit Essen komen bleek een stuk minder makkelijk. Ik stond te vroeg, (ideale lifttijd rond1600 uur, als mensen een beetje uit hun werk komen) rond 1100 en heb 3 uur gestaan. Je veranderd je plaatsnaam. Kassel? Weimar? Enkel Dortmund bleek te werken. Ook mn houding is veranderd. Nonchalant maar indringend. Mensen strak aankijken. Best mooi om de reacties te volgen. Opgeheven handen, andere kant opkijken, negeren, met de duim naar beneden gebaren... Wat zouden die half-geprevelde woorden zijn? Toch kom ik er weg. Een bebaarde kerel in een oude wagen stopt, lege bierflessen achter de stoel. Hij is weinig spraakzaam en wat hij zegt komt er brullend uit. Net voor Dortmund zet hij me af op een parkeerplaats. Weinig doorstroming, er is alleen een wc en er stoppen dus alleen gezinnenen met volle auto s. Weer 2 uur gestaan. Plaats veranderd tot afrit, rechts de snelweg. Met 3 liften waarvan de laatste 2 grote afstand, een vrachtwagenchauffeur en een vader en dochter leg ik grote afstand af. Schitterend. Trillende meisjes handen aan het stuur van een Opel Omega, 160 kmh over de autobahn. Ze had net auditie gadaan aan het conservatorium. Viool. De vader neemt het stuur over, met 180 en Liszt in de autoradio krijg ik informatie over alle bezienswaardigheden op de route. Bach's kasteel Wartburg, de oude DDR grens, Der Drei Gleichen, de uitkijktoren van concentratiekamp Buchenwald. Ik word afgezet bij een jeugdherberg. Het was een prachtige rit. We nemen afscheid. Alles blijkt vol en ik beland bij studentenhuis-hostel hababusch, midden in het centrum. Afgebladderde muren, half overwoekerd door een agressieve klimplant. Uit de open ramen klinkt experimentele live muziek. Het is en gezellige puinhoop, op de zolder word een hoop rommel aan de kant geschoven en zo vind ik voor 5 euro een mooi plaatsje. Weimar heeft een een universiteit (enkel kunst en architectuur) en het Lisztconservatorium. Aparte gasten allemaal, mooi! Vandaag derde dag in Weimar. Het is een klein stadje, europesche cultuurhoofdstad in 1999, 60.000 inwoners, Goethe,Schiller, Nietzsche, Liszt en anderen hebben er hun jaren doorgebracht. Je kunt je er heerlijk vervelen. Beetje praten, Bauhaus museum, Nietzsche archiv, Goethe's huis. Het word wel een beetje gehyped, tot goethe-plantjes aan toe. Morgen Rrichting Praag.


Zondag 24 juli, Budapest, Hongarije

Budapest. Bu-Da-Pest. Budapest! In de schaduw van een brede elektriciteitsmast sta ik op de berm tussen 2 rijstroken. De eerste 2 banen over de A4, de ander buigt af naar de A2. Het stoplicht springt op groen, een stroom auto’s passeert. Ik verleg mn standplaats 10 meter meer naar voren, ruimte genoeg om te stoppen. Vrachtauto’s met grond en stenen. Wnummerborden. Schoolbussen. Mensen die me vriendelijk toelachen maar nee schudden.. Een lifter is de trigger van een reactie, de hand verleggen op stuur, de vingers strekken, strijken door het haar. Tegenover me een kantoorgebouw met een paar openstaande ramen. Een koeltransport bedrijf. Bu-Da-Pest.

Een rode Ferrari, tussen de emblemen op zn 4 puntsgordel kijkt de bestuurder strak voor zich uit. Met een sarcastische grijns doe ik een stap dichterbij, hel met mn bovenlichaam iets boven de rijbaan. Wanneer hij voorbij rijd trekt hij het gas open om de laatste 50 meter tot het rode stoplicht met donderend geweld af te leggen. Haha. Klootzak. Ik zou waarschijnlijk hetzelfde gedaan hebben.

Toch kom ik weg uit Wenen. Op het aanliggende tankstation vind ik in de 4de persoon die ik aanspreek een 30 jarige man werkzaam in de telecombranche, hij brengt me tot de Hongaarse grens brengt. Vandaar tref ik binnen een paar minuten 2 bejaarde mannen uit Zurich die me 40 km verder tot de afrit bij Gyon brengen. Ze zetten me af op de kruisweg. Hongaarse grond. De zon heeft zijn grootste kracht verloren, het is tegen zessen en de wind brengt bij vlagen een prikkelende natuurlucht. Het geluid van het knasrende gring vermengt zich met het monotone geraas van de snelweg. Een enkele boom, een paar telefoonpalen, verder zonnebloemen, zover het zicht strekt. Hoge uitgestrekt gerafelde wolken (stratocumulus, marcel?) sieren het blauw. Een onbeschrijflijk gevoel. Gewoon om enkel wat onhandig met mn bordje te staan en uit een fles het tot 30 graden opgewarmde water te drinken. Er is niet veel verkeer, maar er rijden nog geen 10 wagen voorbij of een blauwe Audi draait de berm in. Hij stelt zich meteen voor, Victor, graficus en tattoo zetter.Met gebroken duits leg ik de laatste 100 km af. Hij is opgewekt en rijdt in een vrij nieuwe wagen, hij wijt de hongaarse achterstand ten opzichte van andere zuidelijke landen aan de melancholieke Hongaarse volksziel. Hij is ongetrouwd, mar roemt de hongaarse meisjes als de mooiste van europa. Ik glimlach. De carroserie van een Trabant is wegens gondstof gemaakt van een geperst papier-hout-pulp mengsel. Hij is op doorreis naar een plaatsje dat ik niet op mn europa kaart kan vinden. We dookruisen de stad, ik schud hem de hand en stap uit bij Keleti Palyhudvar, het oostelijke treinstation in Pest. Binnen een uur vindt ik onderdak in het oude centrum.

En hoe was Praag, Brno en Wenen? Wie heb je ontmoet en wat heb je gedaan? De schaduw van de electriciteitsmast op de reflecterende middenstrepen is als een zonnewijzer. Andere verhalen voor in het Café.

Khoda Hafez, (Arabisch voor tot ziens, God zij met u).

Paul


Dinsdag 26 juli 2005, Beograd, Servie

Het is vrijdag tegen 1400. Een motoragent zonder voortanden schudt “Nee, onmogelijk” als ik hem met een gijns mn bordje Istanbul laat zien. Good luck. Met 5 ritten kom ik aan de grens, de eerste was slechts 2 km, mensen stoppen soms puur uit nieuwschierigheid.

Mn laatste bebaarde meacenaat sluit voor een paar uur aan in de rij met vrachtwagens, ik wandel tussen de wagens naar voren en neem als enige voetganger plaats in de rij. Mn eerste paspoortstempel sinds 3 jaar. De reactie van een Passat rijder met lege wagen is gejaagd en beschaamd, als nadat hij me voorbij is gereden, moet stoppen in de rij, en ik naar voren loop en op het raam tik, vragend naar een vuurtje.

Het is ondertussen donker geworden. Schammele marktkraampjes. Ik ben met mn bordje in het gezelschap van sigaretten verkopers, hoeren, geldwisselaars en haveloze local-lifters. Geen hotel. Dit is niet mijn plaats. Ik besluit een eind zuid te lopen, over de stofpaden die het asfalt begeleiden. De koppen van de zonnebloemen zijn naar de aarde gericht, gestikkerde doodskoppen kijken me vanaf de electriciteitsmasten vijandig aan. 2 jonge meisjes zetten het verschrikt op een lopen als ze me zien naderen. Ik ben vermoeid. Blaffende honden doen me naar mn pepperspray grijpen.

Blauwe strepen en een natriumgloed. Eindelijk, de pomp, met erachter het restaurant waar ze kamers verhuren. De avond is schitterend, vanaf mn balkon luister ik naar de goedkope servische hoempapa muziek, vrolijk en onbezorgt. Dansende insecten onder de ontladingslampen, geluid van motoren, de geur van damp en gas.

De volgende dag sta ik weer aan de weg. Een regenachtige zaterdagochtend. Toeristen met volgestouwde wagens. Onder het afdak naast de compressor lees ik met duidelijk mn bordje zichtbaar Lucas en Marcus. Tussen de buien door stopt er een Zastava, model van een 30 jaar oude Fiat 500 maar dan jugo makelei, met enorme lading planken op het dak. De aan het huis van een vriend bouwende servier zet me 10 km verder af.

Een kleine markt. Stof. Paard en wagen met daarop geradbraakt uitziend meedeinende mannen. Achter me een in de berm geparkeerde vrachtwagen, dwarsbeladen met boomstammen. 3 Paar nieuwsschierige ogen staren me aan. Regen. Na 2 uur overhandigen ze me schijf van de tachometer met de letters BG, met als commentaar “Motorwagen, motorwagen!” Uit beleefdheid neem ik het aan, hef het zonder success op naar de eerste 5 vrachtwagens. Later zie ik dat de serviers liften met alleen de eerste letters op het papier. Steeds minder wagens. Comfortabel achter de ruitweissers wordt ik glashard genegeerd. De marktlui houden me in de gaten, weer 3 uur gaan voorbij. Als de regen weer aanzet walg ik er zo van de ik me voor een uur met terugtrek in het dichtstbijzijnde café, om te besluiten toch een bus te pakken.

De korte houten bankjes zitten onvoorstelbaar goed. Na een paar haltes schud ik de hand van het echtpaar dat me erin begeleide, de man droeg me trots de eerste 4 regels van “An der Donau” voor.

De dag erna een mat gevoel. Een kamer in een illegal hostel. Misschien is het het gebrek aan prive ruimte. Beograd is een beetje een ruststop geworden, we kijken “2 fast 2 furious” (AJ!), een film zonder een verhaal maar het draait om de auto’s, de sfeer. Hetzelfde geld een beetje voor Kerouacs “On the road”, “met de diepgang van een surfplank” (uit een deconstructieve recensie, de groene amsterdammer), maar het gaat om het gevoel, het enthousiastme, de kick.

Ik maak wat wandelingen door de stad, bezoek het Nicolai Tesla museum (Beschermheilige van de radio piraten). Morgen naar Guca liften, waar in augustus een trompet-zigeuner festival begint. Ik verspeel daarmee mn dagen in turkije, de 14de staat de intree in Iran op het programma en als ik het uithoud is de 7de de laatste dag van het festival. Ervoor wat tijd voor Schopenhauer en Farsi…. Wel eens de Gregorgiaanse uitvoering van "Wish you were here" gehoord?


www.guca.co.yu


 

Dinsdag 28 juli 2005, Guca, Servie

Met 3 liften van Beograd naar Guca. Een oude kerel in een Renault 4. Op het terras naast de benzine pomp in Cacak wordt ik onthaald op bier en sigaretten en voorgesteld aan de knappe serveerster. Laastste lift met een bestelwagen.
Ik ben te vroeg, het nog geen 1000 inwoners tellende dorpje moet de rest van het jaar zo goed als dood zijn. In rap tempo worden er overal barretjes in elkaar getimmerd, de brug krijgt nieuwe verf. Een circus is vanmiddag neergestreken. Veel meer dan wat wandelen en lezen is er niet te doen.


2 aug 2005, Sofia, Bulgarije

Gister mn hotel verlaten voor de laatste nacht in een geleende tent. Het festival is krankzinnig. Om 7 uur in de ochtend worden de houtskoolvuren aangestoken, om daarna als de ergste rookwolken opgetrokken zijn hele varkens op de spies te rijgen. Het is ene grote drank/dans en eet orgie. Bij zigeunermuziek had ik vooral gehoopt op flamenco, iets wat aangrijpt, vrolijk, tragisch, meeslepend, extatisch. De koperblazers maken hele andere muziek. Het is krankzinnig, maar niet zoals Zappa of Jimmy Hendrix maar eerder zoals het Haarlems draaiorgelfestival.
De straten zijn overvol, verkopers van keramiek, de gebruikelijke festival prullaria, zelfs een stand met tractoren. Ik wring me tussen de mensen, langs vetdruipende varkens met gebarsten schedels, kleine jongetjes in lompen maar met trekharmonica's trekken door de massa heen. Opeens wordt mn blik getrokken naar een groep figuren voor de oprit van een huis. Ze hebben de donkere huid van de Indiers, gitzwarte haren, omgeslagen rokken en stakke topjes. Ruige kerels met uitpuilend borsthaar. De heupen van de meweisjes zijn getooid met op verschillende hoogte omgeslagen kettingen met muntjes en stukjes zilver. De houding levendig, ze dansen een beetje op flarden muziek. Tatoages op de bovenarmen. Ze stralen een soort vulgaire arrogantie uit.
Op een bepaalde manier zijn ze schitterend. Ik kom ze 2 maal tegen, maar de haren, de ogen, de rokken, in mijn verbeelding blijven ze stromen, ik kan niet zeggen wat bij wie hoort.

Ik loop verder, een stortvloed van indrukken. Maar dan opeens, wanneer ik langs een terras loop, daar waren mijn meisjes! Her en der verspreid, ondersteund door een blazersensemble staan ze op de tafels. Op een prachtige manier schudden ze de op de heupen gedragen kettingen. Een grote dikke man, een Servier, eist bij vlagen de aandacht op om vervolgens naar de dichtsbijzijnde trompetist te gebaren dat hij de hoorn op zijn oor zet, 10 seconden zijn duim en wijsvinger op elkaar, ok, ok!

Zo gaat het overal, in iedere straat zijn luidsprekers opgehangen. Mensen schreeuwen en drinken. Laveloos. Het is mooi, maar ik blij om de dag daarna op de bus te stappen richting Sofia.


5 aug 2005, Istanbul, Turkije


Istanbul is mooi. Hier begint het oosten, de drukke levendige straten, het gezang vanaf de minaretten. De zee van Marmara is bezaaid met schepen. Links de Bosphorus, de verbinding met de zwarte zee. Vanaf de enkele meters brede strook rotsblokken duiken de jongens het water in.

7 aug 2005, Van, Turkije

1800 km. Istanbul-Van. Cross country Turkije. Het vliegtuig is geen optie voor iemand die het een gewetenskwestie maakt om over land te reizen. Uit eigen ervaring weet ik dat de trein ruim 4 dagen kost, de boot is te ver noord. Voor 30 euro 24 uur in een nieuwe MB 0 403. Motorproblemen, een exploderende achterband en nog eens motorische nazorg maken de trip ruim 36 uur.
Natuurlijk de gebruikelijke discussies over het geloof. Ik herinner me een treinrit 4 jaar terug naar Tiruvandum, waar ik een coupe deelde met en moslim en een hindoe. Na een lang gesprek waarin we de overeenkomsten tussen de 3 godsdiensten bespraken moet ik (gelukkig vlak voor de eindbestemming) antwoorden dat ik niet geloof in een schepper, dat ik geintresseerd ben maar dat ik alles meer symbolisch zie en dat er van een bovennatuurlijke macht geen sprake kan zijn. Stom natuurlijk. Geen god betekend het einde van iedere morele geloofwaardigheid. "You should believe in one God!" Ze zijn ontzet.

Voor de gelegenheid ben ik dus maar christelijk. Ik heb het nieuwe testament gelezen, een keer de koran. De rit voert over smalle wegen, steppe vlaktes, kale bergkammen. 50 inwoner dorpjes en geitenhoeders. Het verschil in oorsprong van de sji-ieten en soenieten is me nu duidelijk, het verschil in het praktische leven blijft in nevelen gehuld. Later meer.

Wat de turken in het oosten wel hebben is een ontzagwekkende sterrenhemel. Nog nooit heb ik met zoveel helderheid de melkweg gezien, en sterrenbeelden die in Amsterdam buiten het bereik van mn sterrenkaart liggen. Zie ook:

http://www.fourmilab.ch/yoursky

40gradenNoord/33 gradenOost.

 


13 aug 2005, Esfahan, Iran

De bustrip van Van naar Urmiye heeft dezelfde route als toen. Ik herinner me de haarspeldbocht met de gecrashte Paykan, de ruines van een sinds lang verlaten fort op de top van een berg. Het is minder vijandig, of minder spannend, hoe kan ik het noemen, dan de vorige keer. Hoewel er voor de grens nog 3 paspoortcontroles zijn, met militairen, zandzakken en de met machinegeweren uitgeruste gepantserde swb La-Ro's (short wheel base Landrovers). Misschien was het omdat het onbekende er deels af was, en waar ik eerst enkel een mediabeeld had waar ik zo min mogelijk aandacht aan besteede maar dat er wel degelijk was, wist ik nu dat ik gastvrijheid kon verwachten, nergens geevenaard. De hoge uitkijktorens waren verdwenen, op dezelfe plek alleen nog de basis met zandzakken. Stiekem had ik er naar uitgekeken om een foto te maken van de toen op een bijgebouw geschilderde brandende amerikaanse vlag met de vertaalde tekst, " America, we will step on you", maar het is vervangen door de portetten van Khomeini en Khamenei. De toezichthoeder van de grenspost en een adjudant komen naast me zitten. Ik laat mn oude visa zien, bemoedigende handen op mn schouder, trots en vriendelijkheid.

Een dag in het plaatsje Ormiye, een dag in Kermanshah. Kermanshah vergeven van de koerden, mannen in flodderbroeken en met vreemd versierde mutsen. Bagdad 200 km. Klinkt spannend maar veel meer dan een nietszeggend industriestadje is het niet. Met weer een nachtbus kom ik aan in Esfahan, een van de pronkstukken van de arabische wereld. De gastvrijheid is echt overweldigend, de iraniers zijn nieuwschierig, en wanneer er bijvoorbeeld 1 iemand in de bus over zijn verlegenheid is heengekomen en een praatje maakt verzameld er zich al snel een klein groepje om ons heen. Het is heel apart. 4 Jaar terug was ik er slecht 4 dagen, en voelde me deels opgejaagd. Het is een heel vreemde omgeving. Alles in het onleesbare farsi, de hele sfeer, alles wat je aandacht opeist. Nu ken ik het Farsi alfabet, en met een beetje moeite kan ik plaatsnamen en woorden als "hotel" onderscheiden. Kan tellen en goedendag zeggen. Hoe gaat het met u? Bedankt!. Maar iedereen ziet je, kijkt naar je. Net als turken zijn Iraniers een stuk vrijer met lichaamelijk contact. De koele zakelijk handdruk voldoet niet, minstens een keer of 7, ondersteund met een hand op je arm of schouder. Tijdens een gesprek tikken ze kort tegen je borst of been. Mannen zoenen elkaar op de wangen. Het is heel intens, de sfeer is prachtig en veiligheid is hier beter dan in nederland. Vandalisme is hier onbekend. Het is heel mooi, maar vergt wel enig aanpassingsvermogen...

Het gevoelige onderwerp van de vrouwenondeerdrukking is lastig. Het merendeel van de universiteiten wordt bevolkt door vrouwen, ze zijn zeker niet onmondig. Maar is een sterke scheiding, mannen voor in de bus, vrouwen achterin. Vrouwen aanspreken doe je niet zo snel, maar wanneer ze mannen aanspreken is er alle aandacht, vriendelijk en welgemeend. In discussies kunnen ze zeker een sterke positie hebben. Natuurlijk, de hoofddoek zal niet altijd even prettig zijn, en je kan het zien als symbool voor onderdrukking. Maar ondanks het feit dat ze in verhalen dat ze in het vliegtuig of in Turkije maar wat graag omkleden, is het hier gewoon normaal, en hinderd het ze niet om zich te vermaken en een leuke tijd te hebben. De rebelse meisjes dragen de chador wat meer naar achter, zodat soms een groot deel van het haar zichtbaar is. Ook hakken in het straatbeeld, make up is zeldzaam, maar dan altijd op extreme wijze.

En ja, het verkeer! Met 20 liter benzine voor 1 euro moet alles kunnen rijden, het Iraanse wagenpark (de Paykan is De Iraanse wagen, een kopie van de engelse Hillman Hunter uit de jaren 60) is dan ook schitterend. De bussen zijn ruim 30 jaar oude o302's, vaak rood of geel en met versieringen in fantastische kleuren. Opschriften als "Remeber God" of "Allah is All". Ze zijn rond en hebben een vreemde uitpuilende achterkant. Een rauw dieselgeluid, enorme blauwe rookwolken en voorin natuurlijk afbeeldingen van Mohammed. Het zou de Mary Pranksters niet hebben misstaan.....

De rijstijl is moordadig, je toetert en seint even alleen al als je inhaalt. Afstand houden in natuurlijk onzin, dat is alleen maar de capaciteit's beperkend. Ze zouden waardige concurrenten zijn voor onze eigen "Urban road killing" Mr. E. Bij het oversteken overleefd de man met de meeste moed en realiteitszin..

Khoda Hafez, niet voor niets.

23 aug 2005, Tehran, Iran


Esfahan, Qom, Tehran. Iedere stad een eigen sfeer, ontspannen, streng conservatief en tehran vrij zoals dat bij een hoofdstad hoort.

Maar je verwacht een verhaal, wat heb ik gedaan, waar ben ik, wat maak ik mee. Het is me niet gelukt er een beetje een geheel van te maken, een berichtje "all mixed up".

Allereerst ervaar ik alle bekende stadia van het reizen. Vervreemding, betovering, vermoeidheid, verveling, eenzaamheid, de pracht, de gastvrijheid, het geluk. Het is zo verschillend, ik kan niet een extatisch verhaal maken van het was zo leuk en dit en dat. Het is hier hetzelfde, maar dan anders (uitdrukking van de Indiers). En wie heeft er trouwens in Delft de oude kerk beklommen, of weet waar de schedelplaats is in Amsterdam? Genoeg dingen om te gaan zien, maar er is meer dan dat.

De omgangsvormen heb ik ondertussen eigengemaakt. De ta'rof, het gebruik wanneer iemand je iets aanbiedt, je het dan afslaat, en pas na 3 maal aanneemt. Het is een spel om eer en waardigheid, gastvrijheid gebied mensen iets aan te bieden, een beleefdheidsvorm ook voor mensen die het in feite niet kunnen veroorloven.

Esfahan, 18 augustus.
De bazaars, de markten in een gewelfd bepleisterd gangenstelsel, zijn oververzadigd van geuren, kleuren en geluiden. Tapijten. Alles wat bij het woord arabisch in je gedachten opkomt explodeert in iedere blik. De kleine felle 125cc Honda motoren zijn overal. Ales wordt verlicht door felle onafgeschermde lampen, indringend liocht in verschillende tinten. De zon werpt door de ventilatie gaten boven in de koepels verticale zuilen op de stoffige en afgesleten keien.. Kinderen, zakken specerijen,safraan, plastic teilen, gesluierde vrouwen, koperkloppers en fonkelend zilver.

"And through the window in the wall
Comes streaming in on sunlight wings
A million bright ambassadors of morning"
Pink floyd's Echo's

20 augustus, qom naar Tehran.
De Peugot raast over het asfalt, 140 km/h over de N7. 2000 toman. Airco. Enorme vlaktes, afgeronde geaderde heuvels. Het land sterkt zich uit en word afgezoomd door een grijs/witte nevel waarachter zich een machtig bergrif optrekt. In de auto klonken de woorden beter, opeengepakt met de Mashad pelgrims op de achterbank,de (vieze) geur van de dunne mentholsigaretten die de bestuurder rookt. Door de kier van het open raam grijpt de wind naar mijn haar, tenminste naar dat wat de iraanse kapper er van over heeft gelaten.

 

"And it has been said 'that the performer of an action should not desire any reward for it in the world an in the hereafter'."

 Twentieth hadith: pure intention, Imam Khomeini, ethical en mystical traditions

 

23 augustus, Tehran.
Als ik na mn vruchteloze zoektocht naar het fotomuseum terug loop naar mn hotel (eindelijk weer eens een echt hotel ipv de eeuwige pelgrim-mosaferkuneh-hokken) klinkt er door de straat een versterkte stem. Langzaam kom ik dichterbij. Mensen staan stil, kijken en luisteren. Een politie wagen. 4 a 5 fanatiek zwaaiende Iraanse vlaggen. Langzaam kom ik dichterbij, ik ben op mn hoede maar krijg geen vreemde reacties van de aanwezige Iraniers. 50 Meter. Het eerste engelse spandoek dat ik kan lezen is "Down with the UK". Ik deins achteruit. Het zonnescherm geeft een gevoel van beschutting, ik kan de winkel in als ze me willen molesteren maar, nee. Alles is vreedzaam. "NPT we will leave you" en "We are your serious enemy". Oei. Na een paar minuten komen een paar mannen naar voren, groteske gebaren. Als eerste komt er een groep van ongeveer 700 moslima's, geheel in het zwart naar voren, de stoet zet zich in beweging.Een beetje onwillig herhalen ze 2 maal de stem door de lkuidspreker, om elkaar daarna rinnekend en een beetje beschaamd aan te kijken. Als alles voorbijgetrokken is blijf ik met een beetje vreemd gevoel achter. Het was een beetje, tja.. gemaakt. Maar de foto's zijn genomen, het journaal heeft weer een paar moeie beelden. Iran laat zich ook op nucleair gebied niet de wet voorschrijven.

Morgen naar de caspische zee voor een 2 dagen. Even uit de drukte en het uitlaatgas. Onvoorstelbaar, volgende week heb ik de eerste WTB college's er al weer opzitten en zit ik met allemaal nieuwe mensen op het Proteus Intro kamp.
Tot ziens dan maar weer.
P.

30 aug 2005, Tehran, Iran

Hmmm. Ja, ja. Tegen de planning in nog steeds in Tehran. Mn vliegticket was per post naar Iran gestuurd, niet aangekomen, ik had alleen een schammel kopietje. Toch proberen. Uren gewacht, van balie naar balie doorverwezen. Om 1 uur komt de Turkisch Airlines official.. Praten, praten, praten. Mijn vliegtuig checkt in, bagagecontrole, boarding, en vertrekt. Het is 4 uur in de ochtend. Zoals een busreis van 10 uur minder irritatie geeft dan een reis van 1 uur die 4 uur duurt, zo is het helemaal met een gemist vliegtuig. Ik had mn ticket niet bevestigd. Eigen schuld. Een kleine 2 maanden StuFi door mn neus geboord. Geen geld, geen eten, geen slaap, enkel het waterfonteintje en een appel. Nu is reizen soms ook een soort van ascese, maar wanneer het tegen je wil in is, gaat de lol er gauw vanaf. Nog 5 uur wacht ik op het vliegveld, tot de kantoren opengaan. Een militaire muziek groep komt binnen, moeten spelen voor een paar prijswinnende iraanse studenten. “Wiskey?” fluisterd er eentje, ik herhaal het hard en moet lachen, SSSSSTTT! Reopen ze alle vier, betrapt om zich heen kijkend. De meeste Iraniers kennen Holland alleen van de bloemen, niks geen wiet of red light district. Heerlijk onschuldig.

Maar tot zover frustratie. Tehran is groot en niet heel spannend. Voor een dag ben ik de bergen doorgereisd om de caspische zee te zien. Een jonge Iraanse nodigt me uit voor de lunch. Wordt voorgesteld aan de hele familie, thee natuurlijk. De Iraniers praten niet tijdens het eten. Het is soms verwarrend. Maar ik wordt als een held behandeld, we praten over van alles. Hoe heet het meisje uit Victor Hugo’s “The huntchback of the Notredame?”, zomaar een vraag tussendoor, ze hadden de film gezien, “Esmeralda” antwoord ik na een paar seconden, helemaal raak. Ze waren ook in Hindoestan geweest, en het meisje verteld dat zee en vriendje heeft maar dat haar ouders de jongen niets vinden, enzovoort. Tegen de avond brengt de vader me in een Iranian made Peugeut 206 naar het begin van de bergen, waar ik alsnog een bus vind.

Nochar en Charlus. Het gebied staat bekend om de regen, de mensen zijn er hier echt trots op. Heel veel groen, natuur. Hiking mogelijkheden, met een kabellift de bergen in. De Caspische zee is eigenlijk een groot meer, alle caviaar komt hier vandaan. Heel erg bijzonder is het niet. Groen water en rotsen. Vissers, mannen met waterpijpen. De luchtvochtigheid is erg hoog, het miezert.

Maar nu dus nog steeds in Tehran. Ik vermaak me wel, als je eenmaal geaccepteerd hebt hoe de zaken ervoor staan geeft date en heel stuk rust. Heb een paar souveniertjes gekocht, een boek met tapijtmotieven en in de wijk met electronica onderdelen heb ik in totaal 3 euro geinvesteerd in 20 verwarmingsspiralen, dingen die in Nederland onvindbaar waren. Verder het Nationaal museum, en ik maak wandelingen van soms 8 uur. Met een beetje geluk morgen in Amsterdam.

Omdat ik nu toch een beetje tijd over heb, ook nog een stukje over het reizen zelf. Het is mooi, maar ik heb gemerkt dat ik vooral geraakt wordt door dingen waarmee ik op een of andere manier verbonden ben. Zoals het glasmuseum me doet denken aan SH, en de belofte om me te leren glasblazen, zo zijn de bronzen dierenfiguurjes in een ander museum ook mooi opzichzelf, 2000 B.C., maar vuren ze tegelijk de wens aan om autogeen te leren lassen, metaal te smelten, dingen te maken. Je doet zoveel indrukken op, met 1000 nieuwe ideeen om te doen, je hebt de tijd, wat wil ik nu echt, wat heeft prioriteit. Verder veel lezen, in parken en theehuizen. “De wereld als wil en voorstelling” kan ik ondertussen spellen.

Over Vrouwen en de Islamitische republiek, over vrijheid en godsdienst, later meer, aan de bar bijvoorbeeld 


Een kaartje voor het idee:

 

 


Iran:

 


Don't think twice, it's all right


Schopenhauer!


          Reactie op  paploeg@hotmail.com        

Visitor Counter by Digits
Digits Web Counter